
Wij gebruiken vaak woorden en beelden die we zelf niet begrijpen. We hebben ze geleend uit een boek of van een zelf door ons of onze omgeving benoemde meester.
Wat gebeurt er als we met elkaar spreken over wat de meester heeft gezegd of bedoeld? Dan plaatsen we het woord van de meester tussen ons op een manier die voorkomt dat we elkaar echt ontmoeten.
Diep in zijn hart weet elk mens dat er geen meesters zijn. Behalve dan de door ons zelf benoemde meesters.
Er zit ook een zekere willekeur in de meester die we volgen. Meestal is dat degene die ons het beste uitkomt.
Of die meester nu een levende persoon is of de auteur of ontvanger van een zogenaamd heilig boek maakt geen verschil. In beide gevallen zijn wij het zelf die bepalen wie de meester is.
Wie is dus de werkelijke meester? De mens die ik als zodanig benoem of mijn eigen dwaze ik dat meent dat er een meester nodig is?
Is er wel iemand die antwoorden heeft?
Er zijn een paar eeuwige waarheden die elke mens eenvoudig en geleerd over de hele wereld en van alle tijden aanvoelt. Daarvoor heeft niemand een meester nodig.
Is het arrogant om te denken dat je zonder meester kunt? Integendeel! Het is arrogant om te denken dat je zelf kunt bepalen dat er ten eerste een meester nodig is en hem dan ook nog eens zelf aanwijzen ook. Hoe dwaas kan een mens zijn.
Meesters hebben verschillende namen. Iedereen kent die namen wel: God, Allah, Boeddha, Wetenschap, Economie, Geld, Arts, Geleerde, Bezit, Macht, Rijkdom, Wijsheid, Liefde, Socalisme, Humanisme, Liberalisme, Ietsisme, de Methode, de Waarheid, de Scepsis, de Kunst en nog vele andere kleine en grote meesters.
Maar wij leren toch van anderen? Inderdaad wij zelf zijn het die leren. En we kunnen een ander daarvoor dankbaar zijn (maar met leert ons ook wel eens onzin). Dankbaarheid die leidt tot zitten aan de voet van de meester is echter dwaasheid.
Het is fijn als iemand een goed boek schrijft een een mooi kunstwerk maakt. Ik kan daarvan genieten. Maar er zijn 100-duizenden andere boeken en kunstwerken en gedachten waar ik geen of weinig weet van heb en die ook mooi kunnnen zijn. Moet ik mij dan vastpinnen op mijn Meester omdat die toevallig binnen mijn blikveld kwam?
Ik zeg altijd:
Wie in Mei gelooft, heeft in Juni een zware dobber.

0 reacties:
Een reactie plaatsen