maandag 24 maart 2008

Mijn hobby



Wat is een mens zonder hobby? Eerlijk gezegd weet ik dat niet. Ik heb altijd een hobby gehad: lezen en computerprogramma's schrijven. Lezen vanaf dat ik kom lezen en nog meer vanaf het moment dat Gilze een openbare bibliotheek kreeg. Ik was toen 10 jaar. Computerprogramma' schrijven vanaf mijn 19de jaar.

Ik heb van mijn hobby mijn werk kunnen maken. Ik behoor dus tot die gelukkige mensen die altijd met plezier naar hun werk gaan en hun werk niet als moeten werlen ervaren.

Ook thuis programmeer ik nog veel. Waarom als ik op mijn werk al de hele dag achter de computer zit?

Voor elke hobby geldt dat wanneer je deze niet zelf beoefent je dan enkel kennis van buiten af hebt over die hobby. Ik noem dat oppervlakkige kennis. Kennis van de buitenkant, van de oppervlakte. Wie een hobby zelf beoefent (tussen haakjes: geloof zie ik ook als een hobby) heeft kennis van de binnenkant, innerlijke kennis.

De reden dat iemand zoveel voldoening beleeft aan het beoefenen van zijn hobby is niet gelegen in de uiterlijke kennis maar in de innerlijke kennis.




Van buitenaf is programmeren niet meer dan code kloppen en zorgen dat de automaat het doet. Van binnenuit is het deelnemen en beoefenen van patronen, eenvoud, elegantie en schoonheid. Ik heb het schrijven van een goed programma wel eens vergeleken met het schrijven van een partituur voor een synfonie door een componist.

Zoals een componist zijn instrumenten en hun mogelijkheden moet kennen zo moet de programmeur de klassebibliotheken kennen en deze passend kunnen inzetten.

Zelf streef ik bij het schrijven van mijn programma's altijd naar eenvoud en elegantie in de overtuiging dat minder meer is.

Op dit moment ben ik bezig om een vragenlijsttoepassing te schrijven waarmee enquêtes via het internet afgenomen kunnen worden. In deze toepassing zitten een aantal controllers die bemiddelen tussen wat er op het scherm is te zien en dat wat achter de schermen moet plaatsvinden. Ik streef ernaar om alle acties binnen die controllers te beperken tot maximaal 4 programmaregels.

Een zelf opgelegde beperking die mij uitnodigd om elegant en eenvoudig te programmeren. Het gevolg hiervan is dat de code goed leesbaar blijft. Een heldere partituur.

Ook in de gebruikersinterface streef ik naar eenvoud. Niet gewichtig willen doen door heel veel knoppen en schermen aan te bieden maar enkel het wezenlijke aanbieden en dat nog op sobere wijze.

Zoals voor de componist de notatie op de notenbalk een middel is om zijn intenties uit te drukken, zo is voor mij de programmeertaal een middel om mijn intenties uit te drukken. Een partituur kan gespeeld worden. Mijn programma kan gespeeld worden.

Mijn hobby, de kunst van het maken van software. Waarschijnlijk over 2 eeuwen beoordeeld als de belangrijkste kunst van de 21ste eeuw.

0 reacties: